REGELING WAPEN
EN MUNITIE
par. 1
Begripsbepalingen
par. 2 Nadere
omschrijving van wapens
par. 3
Aanwijzing voor bedreiging of afdreiging geschikte voorwerpen
par. 4
Buitengewoon opsporingsambtenaren
par. 5
Overige openbare dienst
par. 6
Erkenningen; leeftijd, zedelijk gedrag en vakbekwaamheid
par. 7
Erkenningen; beveiliging bedrijfsruimte
par. 8
Erkenningen; registers
par. 9
Vrijstelling van de erkenningsplicht
par. 10
Vrijstelling voor vuurwapens en munitie
par. 11
Vrijstelling voor stroomstootwapens en noodsignaalmiddelen
par. 12
Vrijstelling voor wapens van categorie IV
par. 13
Vrijstelling voor ceremoniële wapens, optochten en
studentenweerbaarheidsverenigingen
par. 14
Vrijstelling voor schepen en luchtvaartuigen
par. 15
Vrijstellingen sportschutters en jagers voor buitenlandse activiteiten
par.
16 Maximum aantal wapens op verlof of jachtakte
par. 17
Vrijstellingen voor vervoer
par. 18
Administratie door de korpschef
par. 19
Aanvraag- en bevoegdheidsdocumenten
par. 20
Onkostenvergoeding
par. 21
Toezicht
par. 22
Overgangs- en slotbepalingen
BIJLAGE
I
Lijst A:
Nabootsingen van vuurwapens
BIJLAGE
II
WET
WAPENS EN MUNITIE
par. 1
Algemene bepalingen
par. 2
Erkenning
par. 3
Bepalingen voor wapens van categorie I
par. 4
Binnenkomen en uitgaan van wapens en munitie van de categorieën II en III
par. 5
Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III
par. 6
Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en
IV
par. 7
Overdracht en verkrijging van wapens en munitie van de categorieën II, III en
IV
par. 8
Veiligheidseisen
par. 9
Beroep
par. 10
Bepalingen over de uitvoering van de wet
par. 11
Toezicht en opsporing
par. 12
Strafbepalingen
par. 13
Slotbepaling
BEGRIPPEN WET WAPENS EN MUNITIE
Vervallen na de inwerkingtreding van Staatsblad 579/1995, per 1 januari 1997, wet van 16 november 1995 tot herziening van de Wet wapens en munitie.
Artikel 1
1. In deze regeling
wordt verstaan onder:
a. de wet:
de Wet wapens en munitie;
b. de Minister:
de minister van Justitie;
c. de korpschef:
de korpschef, bedoeld in artikel 24 van de Politiewet 1993;
d. jachtakte:
een jachtakte bedoeld in titel III van de Jachtwet, tenzij uitdrukkelijk anders
is aangegeven;
e. de bedrijfsruimte van de erkende:
de ruimte waarin de erkende de handelingen, waarop zijn erkenning betrekking
heeft, verricht of doet verrichten;
f. buitengewoon opsporingsambtenaar:
de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het
Wetboek van Strafvordering;
g. schietvereniging:
de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel
heeft haar leden in de gelegenheid te stellen de schietsport te beoefenen.
2. Overige in deze
regeling voorkomende begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wet.
2. Nadere omschrijving van wapens
Artikel 2
1. In de wet en de
daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. stiletto:
een opvouwbaar mes waarvan het lemmet door een druk-, of vergelijkbaar
ontgrendelingsmechanisme zijdelings scharnierend uit het heft wordt gebracht;
b. valmes:
een mes waarvan het lemmet door een druk- of vergelijkbaar
ontgrendelingsmechanisme, dan wel door een zwaaibeweging rechtstandig uit het
heft wordt gebracht;
c. vlindermes:
een mes waarvan het heft in de lengterichting in tweeën is gedeeld en waarvan
het lemmet naar buiten wordt gebracht door elk van de delen van het heft in
tegenovergestelde richting zijdelings op te vouwen;
d. vilmes:
een niet-opvouwbaar mes waarvan het heft zeer kort is, haaks op het lemmet
staat, en dat is bestemd om bij gebruik in de palm van de hand te worden
gehouden, terwijl het lemmet tussen de vingers door naar buiten steekt;
e. ballistisch mes:
een mes waarvan het lemmet, al dan niet tezamen met het heft, door middel van
lucht-, gas- of veerdruk rechtstandig uit een geleidingscilinder wordt gedreven;
f. geluiddemper:
een niet in het vuurwapen geïntegreerd, doorgaans aan de loopmond daarvan
bevestigd voorwerp dat bestemd of geschikt is om te bewerkstelligen dat het
geluid van het afgaan van het schot wordt gedempt;
g. ploertendoder:
een verende of uitschuifbare staaf met een verzwaard uiteinde.
2. Geen wurgstokken in
de zin van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn voorwerpen die bestemd
zijn voor de serieuze beoefening van vechtsporten in verenigingsverband en die
gelet op hun constructie of het materiaal waaruit zij zijn vervaardigd niet
bestemd zijn om ernstig letsel aan personen toe te brengen.
3. Aanwijzing voor bedreiging of afdreiging geschikte
voorwerpen
Artikel 3
Als voorwerpen van categorie I, onder 7°, die een
ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen
gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn, worden aangewezen:
a. voorwerpen vermeld
op lijst a of lijst b van de bij deze regeling behorende bijlage I, alsmede niet
in die bijlage genoemde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm, afmetingen of
kleur daarmee een sprekende gelijkenis vertonen;
b. voorwerpen die voor wat betreft hun vorm,
afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor
ontploffing bestemde voorwerpen;
c. lucht-, gas- en veerdrukwapens die zodanig zijn
gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is;
d. stiletto's,
valmessen en vlindermessen waarvan het heft van een stootplaat is voorzien.
4. Buitengewoon opsporingsambtenaren
Artikel 4
1. Het bepaalde in artikel 22, eerste lid, 26 eerste lid en 27, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op buitengewoon opsporingsambtenaren, voorzover hen het voorschrift is gegeven om gedurende hun dienstuitoefening een wapen en munitie voorhanden te hebben.
2. Het in het eerste
lid bedoelde voorschrift wordt verleend:
a. door de minister indien de
opsporingsbevoegdheid in het gehele land wordt uitgeoefend;
b. in de overige gevallen: door de
procureur-generaal in het ressort waar de opsporingsbevoegdheid wordt
uitgeoefend.
3. Het eerste lid
geldt uitsluitend gedurende de periode dat de buitengewoon opsporingsambtenaar
beschikt over een titel van opsporingsbevoegdheid.
Artikel 5
1. Een voorschrift, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt slechts gegeven indien en voorzolang de noodzaak tot bewapening aannemelijk is en de bekwaamheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar in de omgang met het wapen en de munitie is aangetoond.
2. Aan een voorschrift kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden die betrekking hebben op de veiligheid, de bekwaamheid in de omgang met wapens en munitie, alsmede op de opslag en het vervoer daarvan.
3. Indien aan het
voorschrift een beperking is verbonden, geldt de vrijstelling in artikel 4,
eerste lid, slechts voorzover het voorschrift reikt.
Artikel 6
1. Het voorschrift,
bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan uitsluitend betrekking hebben op:
a. een korte wapenstok, van een door de minister
en de Minister van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type;
b. een half-automatisch pistool van het merk
Walther, type P5, kaliber 9 x 19 millimeter;
c. munitie van het merk Dynamit Nobel A.G., type
Action, model 3, kaliber 9 x 19 millimeter; of
d. andere wapens en munitie dan genoemd onder a
tot en met c.
2. Een voorschrift dat
betrekking heeft op de in het eerste lid, onder d, bedoelde wapens of munitie
wordt door de procureur-generaal slechts verleend nadat daarvoor door de
minister voorafgaande schriftelijke toestemming is verleend.
Artikel 7
Van het verbod van artikel 14, eerste lid, 22,
eerste lid, en artikel 26, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend
aan personen die werkzaam zijn bij het Gerechtelijk Laboratorium of de Divisie
Logistiek van het Korps Landelijke Politiediensten, voorzover het doen
binnenkomen of uitgaan, het vervoeren of het voorhanden hebben geschiedt uit
hoofde van de dienstuitoefening.
6. Erkenningen; leeftijd, zedelijk gedrag en
vakbekwaamheid
Artikel 8
1. De aanvrager of de beheerder, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet is niet jonger dan achttien jaar.
2. De aanvrager of de beheerder, bedoeld in artikel 10, eerste lid onder a, van de wet mag niet met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis zijn geplaatst, dan wel met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking zijn gesteld.
3. De aanvrager of de
beheerder, bedoeld in artikel 10, eerste lid onder a, van de wet mag niet binnen
de laatste acht jaren bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak zijn
veroordeeld wegens overtreding van één of meer bepalingen gesteld bij of
krachtens:
a. de Wet van 9 mei 1890 (Stb. 81), houdende
verbodsbepalingen tegen het dragen van wapenen;
b. de Vuurwapenwet 1919;
c. de Wet tot wering van ongewenste handwapenen;
d. de Wet wapens en munitie;
e. de artikelen 92 tot en met 110, 115, 116, 121
tot en met 125, 131, 141, 181, 182, 191, 208, 209, 225, 226, 242, 246, 250ter,
282, 282a, 285, 287 tot en met 289, 300, tweede, derde en vierde lid, 301,
tweede en derde lid 302, 303, 310, 311, 312, 317, 322, 326, 328, 336, 341, 343
tot en met 345, 350, 359, 360, 357, 381, 385a, 385b, 416, 417, 417bis en 437 tot
en met 437quater, van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen van Titel
VII van het Tweede Boek, van het Wetboek van Strafrecht;
f. de artikelen 77, 78, 81, 82, 98, tot en met
100, 116, 117, 119 en 120 van het Wetboek van Militair Strafrecht;
g. de Opiumwet.
4. De aanvrager of beheerder, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet mag niet binnen de laatste acht jaren in het buitenland bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak zijn veroordeeld wegens overtreding van één of meer aldaar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de bepalingen genoemd in het vorige lid.
5. Op de termijnen genoemd in het derde en vierde lid zijn de bepalingen van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaring omtrent het gedrag van overeenkomstige toepassing.
6. Vrijwillige betaling van een geldsom, als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht, wordt voor de toepassing van het derde lid gelijk gesteld met een onherroepelijk geworden uitspraak.
7. Van het bepaalde in
het tweede tot en met vierde lid kan de korpschef op verzoek ontheffing verlenen
indien de toepassing daarvan kennelijk onredelijk is.
Artikel 9
1. De aanvrager of de beheerder, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet dient met gunstig gevolg een examen te hebben afgelegd waarvan de exameneisen en het examenreglement door de minister zijn goedgekeurd.
2. Goedkeuring als
bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verleend aan:
a. het Vakexamen voor de handel in wapens en
munitie van de Leidsche Onderwijs Instellingen;
b. het Examen inzake vakbekwaamheid voor de
detailhandel in vuurwapens en munitie van de Nederlandse Vereniging voor de
Wapenhandel, voor zover dat examen voor 1 januari 1989 is afgelegd.
3. De minister kan, al
dan niet tijdelijk, gehele of gedeeltelijke ontheffing verlenen van het bepaalde
in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden en beperkingen worden
verbonden.
Artikel 10
Artikel 9, eerste lid, van deze regeling is niet van
toepassing, indien de aangevraagde erkenning, bedoeld in artikel 10 van de wet,
bedrijven betreft waarin:
a. geen andere onder de wet vallende voorwerpen
dan noodsignaalmiddelen worden hersteld of verhandeld, hieronder mede verstaan
het verhandelen van bijbehorende munitie;
b. uitsluitend wapens worden gegraveerd of
geblauwd, dan wel aan een andere oppervlaktebehandeling worden onderworpen;
c. slechts lucht-,
gas- of veerdrukwapens, uitsluitend bestemd en geschikt voor de paintballsport,
worden verhandeld; of
d. uitsluitend munitie van categorie III wordt
verhandeld, en die op 26 september 1996 in het bezit waren van een daartoe
strekkende erkenning.
7. Erkenningen; beveiliging bedrijfsruimte
Artikel 11
1. De bedrijfsruimte
van de erkende:
a. is niet in gebruik als woonruimte;
b. is deugdelijk afsluitbaar en is voorzien van
een alarminstallatie;
c. bevat een deugdelijk afsluitbare bergruimte; en
d. is niet toegankelijk voor publiek, tenzij daar
tevens toezichthoudend personeel aanwezig is.
2. Het bepaalde in het eerste lid, onder a en b, is niet van toepassing op de bedrijfsruimte van de erkende, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a en b.
3. In de bedrijfsruimte van de erkende worden vuistvuurwapens niet uitgestald op een plaats die vanaf de openbare weg zichtbaar is.
4. Indien in de bedrijfsruimte van de erkende geen toezichthoudend personeel aanwezig is, worden vuistvuurwapens opgeslagen in de bergruimte, bedoeld in het eerste lid onder c.
5. Onverminderd het
bepaalde in de voorgaande leden voldoet de bedrijfsruimte van de erkende die
wapens van categorie II vervaardigt, transformeert, in de uitoefening van zijn
bedrijf uitwisselt, verhuurt of anderszins ter beschikking stelt, herstelt of
verhandelt, aan de veiligheidseisen die zijn gesteld in bijlage IV bij deze
regeling.
Artikel 12
1. De erkenninghouder of de in het bewijs van erkenning genoemde beheerder houdt een doorlopend register bij waarin alle door deze onder enige titel verkregen of overgedragen wapens en munitie, onderdelen en hulpstukken als bedoeld in artikel 3 van de wet daaronder mede begrepen, worden aangetekend, met uitzondering van patroonhouders en magazijnen, lucht-, gas- en veerdrukwapens van categorie IV en van die wapens of munitie waarvoor ingevolge één van de artikelen 18, 19, 20, 21, en 22 een vrijstelling geldt.
2. Het in het eerste
lid genoemde register bestaat uit de volgende afzonderlijke registraties:
a. een registratie betreffende het inkomen van
voor de handel bestemde wapens;
b. een registratie het inkomen van voor de handel
bestemde munitie;
c. een registratie betreffende het uitgaan van
voor de handel bestemde wapens;
d. een registratie betreffende het uitgaan van
voor de handel bestemde munitie;
e. een registratie betreffende in bewaring of ter
reparatie gegeven wapens en munitie.
3. De in het tweede lid on a genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, de datum van ontvangst, het aantal, een omschrijving van het wapen met vermelding van fabrikaat, type, kaliber en nummer, de naam en het adres van degene die heeft geleverd, alsmede de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene die heeft geleverd.
4. De in het tweede lid onder b genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, de datum van ontvangst, de hoeveelheid, een omschrijving van de munitie met vermelding van fabrikaat, type en kaliber, de naam en het adres van degene die heeft geleverd, alsmede de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene die heeft geleverd.
5. De in het tweede lid onder c genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, een verwijzing naar het volgnummer waaronder het wapen in de in het tweede lid onder a bedoelde registratie staat vermeld, de datum van overdracht, het aantal, een omschrijving van het wapen met vermelding van fabrikaat, type, kaliber en nummer, de naam en het adres van degene aan wie het wapen wordt overgedragen, de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene aan wie het wapen wordt overgedragen, alsmede, in gevallen waarin een verlof tot verkrijging vereist is, het nummer van dit verlof en de instantie die het heeft afgegeven.
6. De in het tweede lid onder d genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, de hoeveelheid, een omschrijving van de munitie met vermelding van fabrikaat, type en kaliber, de naam en het adres van degene aan wie de munitie wordt overgedragen, alsmede de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene aan wie wordt overgedragen.
7. De in het tweede lid onder e genoemde registratie bevat kolomsgewijs en achtereenvolgens: het volgnummer, de datum van ontvangst, het aantal, een omschrijving van het wapen met vermelding van fabrikaat, type, kaliber en nummer, een omschrijving van de munitie met vermelding van fabrikaat, type en kaliber, de naam en het adres van degene die in bewaring of in reparatie heeft gegeven, de soort, het nummer en de afgevende instantie van het document waaruit de bevoegdheid blijkt van degene die in bewaring of in reparatie heeft gegeven, gegevens betreffende de doorgifte van het wapen aan degene die het wapen in reparatie of bewaring heeft gegeven.
8. De erkenninghouder of de in het bewijs van erkenning genoemde beheerder verstrekt voor de zevende dag van elke kalendermaand aan de korpschef een door hem per bladzijde ondertekende en gedateerde kopie dan wel, voorzover het een geautomatiseerd te verwerken registratie betreft, een uitdraai van het gedeelte van elk van de in het tweede lid onder a t/m d genoemde registraties, dat betrekking heeft op de voorgaande kalendermaand, onder gelijktijdige afgifte van de door hem in die periode ingenomen verloven tot verkrijging. Op verzoek van de korpschef overlegt hij tevens maandelijks een kopie dan wel, voorzover het een geautomatiseerd te verwerken registratie betreft, een uitdraai van het desbetreffende gedeelte van de in het tweede lid onder e genoemde registratie.
9. De erkenninghouder
of de in het bewijs van erkenning genoemde beheerder die handelt in lucht-,
gas-, of veerdrukwapens van categorie IV, patroonhouders of -magazijnen bedoeld
in artikel 18, onder g, van deze regeling, stroomstootwapens bedoeld in artikel
21, van deze regeling, of in noodsignaalmiddelen een register waarin
kolomsgewijs en achtereenvolgens wordt aangetekend: de datum van overdracht, het
aantal, het fabrikaat en type van de overgedragen voorwerpen, de naam en het
adres van degene aan wie wordt overgedragen, alsmede het soort en nummer van
diens legitimatiebewijs. De in dit register opgenomen gegevens blijven tenminste
gedurende vijf jaren bewaard.
Artikel 13
Bij verkrijging van wapens van categorie III van
personen die een verlof tot het voorhanden hebben als bedoeld in artikel 28 van
de wet bezitten, dan wel op grond van artikel 26, tweede lid, van de wet voor de
jacht bestemde wapens voorhanden mogen hebben, verstrekt de erkende, dan wel de
beheerder, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet, een ontvangstbewijs
overeenkomstig het in bijlage 3 bij deze wet opgenomen model.
9. Vrijstelling van de erkenningsplicht
Artikel 14
Van het verbod in artikel 9, eerste lid, van de wet
wordt vrijstelling verleend voor het vervaardigen, transformeren of in de
uitoefening van een bedrijf uitwisselen, verhuren of anderszins ter beschikking
stellen, herstellen, beproeven of verhandelen van wapens van categorie IV onder
1°, 2°, 3° en 5°.
Artikel 15
1. Van het verbod in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het in de uitoefening van een bedrijf ter beschikking stellen van lucht-, gas- en veerdrukwapens van categorie IV, onder 4°, aan bezoekers van erkende kermissen.
2. De vrijstelling in
het eerste lid geldt slechts voor:
a. kermisexploitanten die tijdens de erkende
kermis een toegestane attractie exploiteren;
b. gedurende de openingstijden van die kermis; en
c. op het terrein van de kermis in de
onmiddellijke nabijheid van de attractie.
Artikel 16
1. Van het verbod in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het ter beschikking stellen van lucht-, gas- en veerdrukwapens van categorie IV, onder 4°, aan bezoekers van braderieën, rommelmarkten, jaarmarkten, fancy-fairs en soortgelijke evenementen.
2. De vrijstelling in
het eerste lid geldt slechts:
a. voor personen die voorafgaande schriftelijke
toestemming van de korpschef hebben om de attractie te exploiteren, welke
toestemming wordt onthouden of ingetrokken indien geen redelijke maatregelen ter
voorkoming van letsel en schade zijn getroffen, dan wel indien misbruik is te
vrezen,
b. gedurende de openingstijden van het in het
eerste lid bedoelde evenement,
c. op het terrein van het evenement in de
onmiddellijke nabijheid van de attractie.
Artikel 17
Van het verbod in artikel 9, eerste lid, van de wet
wordt vrijstelling verleend voor het vervaardigen en transformeren van munitie,
voor zover het gaat om herladen:
a. voor eigen gebruik
1° door personen die houder zijn van een
jachtakte; of
2° door personen die houder zijn van een verlof
tot het voorhanden hebben van wapens en munitie, voor zover het betreft munitie
die kan worden afgeschoten door middel van een vuurwapen, tot het voorhanden
hebben waarvan die personen gerechtigd zijn;
b. zonder winstoogmerk door een lid van een
schietvereniging ten behoeve van andere leden van die vereniging, voor zover:
1° dit lid daartoe door het bestuur van de
vereniging schriftelijk is aangewezen, terwijl van die aanwijzing door het
bestuur schriftelijk kennis is gegeven aan de korpschef binnen wiens regio het
vervaardigen of transformeren plaatsvindt; en
2° dit lid geen andere munitie vervaardigt of
transformeert dan die, welke kan worden afgeschoten door middel van een
vuurwapen, tot het voorhanden hebben waarvan hij is gerechtigd, behoudens de
gevallen waarin door de korpschef voor dit doeleinde op verzoek van het bestuur
van de vereniging een afzonderlijk verlof tot het voorhanden hebben van munitie
aan het lid is verleend.
10. Vrijstelling voor vuurwapens en munitie
Artikel 18
Onverminderd het bepaalde in artikel 3 van deze
regeling wordt van het verbod in artikel 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26,
eerste lid, en 31, eerste lid van de wet vrijstelling verleend voor het doen
binnenkomen of uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben en overdragen van:
a. vuurwapens die
voor gebruik als zodanig ongeschikt zijn gemaakt op de wijze, beschreven in
bijlage II bij deze regeling;
b. vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers,
pistolen en combinatiewapens die zijn vervaardigd vóór 1 januari 1945 en die
ontworpen zijn om te worden geladen:
1° door de loopmond, voorzover het revolvers
betreft de voorzijde van de cilinder daaronder mede begrepen, met losse kogels
en los buskruit; of
2° met eenheidspatronen, met uitzondering van die
welke tot ontbranding worden gebracht door middel van een centraalvuursysteem of
door middel van een randvuursysteem en die van het kaliber .22 zijn;
c. vuurwapens in de
vorm van geweren, hetzij enkelschots, hetzij meerschots, die:
1° vóór 1 januari 1870 zijn vervaardigd of
getransformeerd, en die
2° zijn ingericht voor het verschieten van
eenheidspatronen waarvan de voortdrijvende lading bestaat uit zwart buskruit;
d. kennelijk
gebruikte lege patroon- en granaathulzen bestemd voor dan wel deel uitmakend van
een verzameling;
e.
munitie en onderdelen van munitie van categorie II, uitsluitend voor de houders
van een verlof tot het voorhanden hebben van munitie van categorie III en
vermeld op dit verlof, voorzover de munitie of onderdelen van munitie passen
binnen de op dit verlof omschreven specialisatie en voorzover munitie met een
kaliber boven de 12.7 mm (.50) niet voorzien is van brisante ladingen en munitie
met een kaliber boven de 19 mm bovendien geen voortdrijvende ladingen bevat;
f. voorlaadkanonnen,
gegoten vóór 1 januari 1870 en voorzien van een zundgat voor lontontsteking.
g. patroonmagazijnen
en patroonhouders voorzover het personen betreft die bevoegd zijn de wapens of
de munitie waarvoor deze voorwerpen bestemd zijn voorhanden te hebben.
Artikel 19
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, het verbod van artikel 22, eerste lid, en het verbod van artikel 26, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor bij schiethamers behorende munitie.
2. De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor de munitie die behoort bij schiethamers waarvoor een certificaat van goedkeuring als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de gevaarlijke werktuigen (Stb. 1952, 104) is afgegeven.
Artikel 20
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, artikel 22, eerste lid, en artikel 26, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren en voorhanden hebben van munitie, bestemd voor wapens die het karakter dragen van oudheden of replica's daarvan, voorzover deze munitie bestaat uit ronden loden kogels.
2. Van het verbod van
artikel 14, eerste lid, artikel 22, eerste lid, en artikel 26, eerste lid, van
de wet wordt vrijstelling verleend aan houders van een jachtakte voor het doen
binnenkomen en uitgaan, voorhanden hebben en vervoeren van metallisch lood
bevattende hagelpatronen buiten het veld zoals bedoeld in artikel 1 van de
Jachtwet.
11. Vrijstelling voor stroomstootwapens en
noodsignaalmiddelen
Artikel 21
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, artikel 22, eerste lid, artikel 26, eerste lid en artikel 27 eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben en dragen van voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, aan personen die zich bezighouden met de beroepsmatige uitoefening van de veehouderij, het transport van vee, of de medische behandeling daarvan.
2. De vrijstelling in
het eerste lid geldt voorzover het dragen betreft uitsluitend op het moment dat
de in het eerste lid genoemde activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.
Artikel 22
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid en 27, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben dragen van noodsignaalmiddelen en de daarbij behorende lichtsignaal- of rooksignaalpatronen door personen van 18 jaar of ouder.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt slechts indien:
1° de noodsignaalmiddelen
a. van een kleiner kaliber zijn dan kaliber 12
(18,2 mm);
b. uitsluitend geschikt zijn voor het verschieten
van noodsignaalmunitie;
c. zijn vervaardigd van kunststof of lichtmetaal;
d. niet de vorm hebben van een geweer, pistool of
revolver;
e. door middel van gravering zijn voorzien van de
postcode en het huisnummer van de eigenaar; en
2° de in het eerste lid genoemde handelingen in
directe relatie staan tot het vergroten van de veiligheid aan boord van een
vaartuig.
Artikel 23
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend aan in het buitenland wonende personen van 18 jaar en ouder die met hun vaartuig een vaste ligplaats in Nederland hebben, voor het doen binnenkomen of uitgaan van andere noodsignaalmiddelen dan bedoeld in het eerste lid.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt slechts voor personen die de meegevoerde
noodsignaalmiddelen in Nederland krachtens een verlof voorhanden mogen hebben.
Artikel 24
Van het verbod in artikel 22, eerste lid, van de
wet, wordt vrijstelling verleend voor het vervoeren van andere
noodsignaalmiddelen dan bedoeld in artikel 22, tweede lid, aan de door de
minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren van de
Vaarwegmarkeringsdienst van het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme
Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 25
Van het verbod in artikel 26, eerste lid, van de
wet, wordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van andere
noodsignaalmiddelen dan bedoeld in artikel 22, tweede lid, aan
zeeverkeersambtenaren van het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme
Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, in de daartoe door de
minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen zeeverkeersposten.
12. Vrijstelling voor wapens van categorie IV
Artikel 26
1. Van het verbod in artikel 26, vijfde lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van degens, lucht-, gas-, en veerdrukwapens van categorie IV, alsmede van kruisbogen, aan personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, voor de beoefening van sporten in verenigingsverband.
2. De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor personen die door middel van een bewijs van lidmaatschap kunnen aantonen lid te zijn van een vereniging waarbinnen de sportbeoefening met behulp van een of meer van de in het eerste lid bedoelde voorwerpen plaatsvindt.
3. Voorzover het
lucht-, gas- of veerdrukwapens betreft geldt, in afwijking van het tweede lid,
de vrijstelling in het eerste slechts voor:
a. personen die door middel van een bewijs van
lidmaatschap kunnen aantonen ten minste drie maanden lid te zijn van een
schietvereniging, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, van deze
regeling;
b. lucht-, gas- en veerdrukwapens die zijn
toegelaten in het Schiet- en wedstrijdreglement van de Koninklijke Nederlandse
Schutters Asociatie.
Artikel 27
1. Van het verbod van artikel 31, vierde lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het overdragen aan personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt van degens, lucht-, gas-, en veerdrukwapens van categorie IV, en van kruisbogen, een en ander met het oog op in verenigingsverband beoefende sporten.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt voorzover het lucht-, gas-, of veerdrukwapens
betreft uitsluitend indien:
a. de persoon aan wie de in het eerste lid
bedoelde voorwerpen worden overgedragen een verklaring, die niet ouder is dan
veertien dagen, van het bestuur van de vereniging overlegt, waaruit blijkt dat
hij tenminste 3 maanden lid is van een schietvereniging, zoals bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onder g, van deze regeling;
b. het betreft lucht-, gas- en veerdrukwapens die
zijn toegelaten in het Schiet- en wedstrijdreglement van de Koninklijke
Nederlandse Schutters Asociatie; en
c. de onder a bedoelde verklaring door degene die
het wapen overdraagt in ontvangst wordt genomen, welke verklaring, nadat de
datum van overdracht daarop door hem is aangetekend, tenminste vijf jaar na de
overdracht van het wapen wordt bewaard.
3. Buiten het geval
bedoeld in het tweede lid geldt de vrijstelling in het eerste lid slechts
indien:
a. de persoon aan wie de in het eerste lid
bedoelde voorwerpen worden overgedragen een verklaring, die niet ouder is dan
veertien dagen, van het bestuur van de vereniging overlegt waaruit blijkt dat:
1° die vereniging de serieuze sportbeoefening met
een of meer van het over te dragen voorwerp tot doel heeft; en
2° de in het eerste lid bedoelde persoon lid is
van die vereniging; en
b. de onder a bedoelde verklaring door degene die
het wapen overdraagt in ontvangst wordt genomen, welke verklaring, nadat de
datum van overdracht daarop door hem is aangetekend, tenminste vijf jaar na de
overdracht van het wapen wordt bewaard.
Artikel 28
1. Van het verbod in artikel 27, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het dragen van degens, lucht-, gas-, en veerdrukwapens van categorie IV, alsmede van kruisbogen op voor het publiek toegankelijke plaatsen, met uitzondering van de openbare weg.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt uitsluitend:
a. voor personen die bevoegd zijn de wapens
voorhanden te hebben;
b. voor de beoefening van sporten in
verenigingsverband ten behoeve waarvan voorafgaande schriftelijke toestemming
door de korpschef is verleend, welke toestemming wordt onthouden of ingetrokken
indien geen redelijke maatregelen ter voorkoming van letsel en schade zijn
getroffen, dan wel indien misbruik is te vrezen;
c. gedurende de tijden waarop het sportevenement
plaatsvindt;
d. op het terrein van het evenement in de
onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de sport daadwerkelijk wordt
beoefend.
Artikel 29
Van het verbod van artikel 27, eerste lid, van de
wet wordt vrijstelling verleend voor het dragen lucht-, gas- en veerdrukwapens
van categorie IV aan personen aan wie deze overeenkomstig artikel 15 of artikel
16 van deze regeling ter beschikking worden gesteld. Artikel 15, tweede lid,
onder b en c, en artikel 16, tweede lid, onder b en c, van deze regeling zijn
van overeenkomstige toepassing.
13. Vrijstelling voor ceremoniële wapens, optochten
en studentenweerbaarheidsverenigingen
Artikel 30
1. Van het verbod van artikel 27, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het dragen van een wapen van categorie IV, aan personen ten aanzien van wie het wapen deel uitmaakt van hun officiële ceremonieel tenue.
2. De vrijstelling in
het eerste lid geldt uitsluitend op de tijdstippen dat de ambtskleding of het
officiële ceremonieel tenue daadwerkelijk wordt gedragen.
Artikel 31
1. Van het verbod van artikel 27, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het in een optocht meevoeren van wapens van categorie III of IV.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt slechts indien:
a. de wapens worden meegevoerd door personen
die op grond van de wet bevoegd zijn die wapens voorhanden te hebben, en
b. de burgemeester in de gemeente waar de optocht
wordt gehouden schriftelijk heeft verklaard tegen het meevoeren van de in de
verklaring omschreven wapens geen bedenkingen te hebben.
Artikel 32
1. Van het verbod van artikel 27, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend aan door de Minister van Defensie erkende studentenweerbaarheidsverenigingen voor het dragen van wapens van categorie III, welke door de krijgsmacht ter beschikking zijn gesteld en van wapens van categorie IV, onder 2°.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt slechts indien:
a. in uniform gekleed en in onderling verband
wordt opgetreden tot het verrichten van eerbetoon, het deelnemen aan een optocht
of een afstandsmars dan wel het oefenen voor een van deze gelegenheden;
b. voorzover vuurwapens worden gedragen, de
vereniging op grond van een verlof bevoegd is die vuurwapens voorhanden te
hebben; en
c. de Minister van Defensie voor het dragen van de
ter beschikking gestelde wapens tijdens het onder a bedoelde optreden
toestemming heeft verleend, en de burgemeester in de gemeente waar wordt
opgetreden daartegen geen bedenkingen heeft.
14. Vrijstelling voor schepen en luchtvaartuigen
Artikel 33
Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de
wet, wordt vrijstelling verleend voor het aan boord van een Nederlands schip of
luchtvaartuig doen uitgaan en binnenkomen van wapens van categorie III en de
bijbehorende munitie die behoren tot de uitrusting van dat schip of
luchtvaartuig en die krachtens een verlof aan boord voorhanden gehouden mogen
worden.
Artikel 34
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor de doorvoer van wapens en munitie die behoren tot de uitrusting van een buitenlands schip dan wel tot de persoonlijke bezittingen van de gezagvoerder of de andere bemanningsleden.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt slechts voor:
a. wapens en munitie die aan boord van het schip
blijven en die onder douaneverzegeling worden gehouden; en
b. wapens van categorie III en de bijbehorende
munitie die aan boord van het schip blijven en die buiten douaneverzegeling
worden gelaten, voor zover zulks noodzakelijk is voor de beveiliging van het
schip, de opvarenden of de lading, dan wel voor de handhaving van de orde aan
boord van het schip.
Artikel 35
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor de doorvoer van wapens en munitie die als vrachtgoederen aan boord van een zeeschip worden aangevoerd en die zonder lossing of overlading, binnen veertien dagen na de aankomst van het schip in de haven van bestemming weer over zee worden weggevoerd.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt slechts indien:
a. de gezagvoerder onmiddellijk na de aankomst van
het schip in elke Nederlandse haven, waar ligplaats gekozen wordt, van de
aanwezigheid aan boord van de wapens en munitie schriftelijk kennis geeft aan de
korpschef; en
b. de wapens en munitie onder douaneverzegeling
worden gehouden.
Artikel 36
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor de doorvoer van wapens en munitie die behoren tot de uitrusting van een buitenlands burgerlijk lijn- of charter vliegtuig of tot de uitrusting dan wel persoonlijke bezittingen van de gezagvoerder of de andere bemanningsleden.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt slechts in geval van een landing op de luchthaven
Schiphol, Rotterdam, Eelde of Maastricht en indien de gezagvoerder de wapens en
munitie:
a. bij een oponthoud van drie dagen of korter, in
een afgesloten bergplaats aan boord van het vliegtuig houdt, of
b. bij een oponthoud langer dan drie dagen, in
bewaring geeft aan de Commandant van de op de luchthaven gestationeerde afdeling
of onderafdeling van het District Koninklijke marechaussee Luchtvaart.
Artikel 37
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor de doorvoer van wapens en munitie die als vrachtgoederen aan boord van een burgerlijk lijn- of chartervliegtuig uit het buitenland worden aangevoerd op een internationale luchthaven en vandaar binnen zeven dagen na de landing per vliegtuig naar het buitenland worden weggevoerd.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt slechts indien:
a. de gezagvoerder onmiddellijk na de landing van
het vliegtuig van de aanwezigheid aan boord van de wapens en munitie
schriftelijk kennis geeft aan de Commandant van de op de luchthaven
gestationeerde afdeling of onderafdeling van het District Koninklijke
marechaussee Luchtvaart, indien aanwezig, of anders aan de korpschef, zo nodig
door tussenkomst van de douane; en
b. de wapens en munitie, in het geval dat die
tijdens het oponthoud worden gelost of overgeladen en niet onmiddellijk naar het
buitenland worden weggevoerd, op de luchthaven in een inrichting voor
douaneopslag worden opgeslagen.
3. In het geval dat de
wapens of munitie na de landing van het vliegtuig worden gelost of overgeladen,
geldt de vrijstelling ingevolge het eerste lid bovendien slechts indien ten
genoegen van degene aan wie ingevolge het tweede lid, onder a, schriftelijk
kennis is gegeven, is aangetoond dat de overheid van het land van bestemming
geen bedenkingen heeft tegen de invoer van die wapens en munitie.
Artikel 38
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor de doorvoer van vuurwapens van categorie III, die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend, alsmede voor doorvoer van de daarbij behorende munitie door passagiers van burgerlijke lijn- of chartervliegtuigen, die voor een kort oponthoud landen op een Nederlandse internationale luchthaven.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt slechts indien
a. de gezagvoerder onmiddellijk na de landing van
het vliegtuig van de aanwezigheid aan boord van de wapens en munitie
schriftelijk kennis geeft aan de Commandant van de op de luchthaven
gestationeerde afdeling of onderafdeling van het District Koninklijke
marechaussee Luchtvaart, indien aanwezig, of anders aan de korpschef, zo nodig
door tussenkomst van de douane; en
b. de wapens en munitie tijdens het oponthoud op
de luchthaven in een afgesloten en voor de passagiers niet toegankelijke
bergplaats aan boord van het vliegtuig worden gehouden, tenzij zij moeten worden
overgebracht naar een ander vliegtuig, waarmee de luchtreis wordt voortgezet.
15. Vrijstellingen sportschutters en jagers voor buitenlandse activiteiten
Artikel 39
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid en 22, eerste lid van de wet, wordt vrijstelling verleend aan de houder van een geldige jachtakte, voor zover het betreft het ter beoefening door hem van de jacht doen uitgaan of binnenkomen, alsmede vervoeren, van de in die jachtakte omschreven jachtgeweren, die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend, alsmede voor ten hoogste 1000 patronen voor die geweren tezamen.
2. De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt voor de houder van een jachtakte als bedoeld in artikel 16a van de Jachtwet vanaf de zevende dag vóór tot en met de zevende dag ná het tijdvak waarvoor die jachtakte geldig is.
3. Voor ingezetenen
van één van de bij de Europese Unie aangesloten lidstaten geldt de vrijstelling
slechts indien zij beschikken over een door de autoriteiten in die lidstaat
afgegeven Europese vuurwapenpas waarop de wapens zijn vermeld.
Artikel 40
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid en artikel 22, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend ten behoeve van doorvoer, anders dan per vliegtuig, van jachtgeweren en daarbij behorende munitie, die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend.
2. Voor ingezetenen
van één van de bij de Europese Unie aangesloten lidstaten geldt de vrijstelling
ingevolge het eerste en tweede lid slechts indien zij beschikken over een door
de autoriteiten in die lidstaat afgegeven Europese vuurwapenpas waarop de wapens
zijn vermeld.
Artikel 41
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend aan in het buitenland wonende sportschutters, voor het doen binnenkomen of uitgaan van vuurwapens van categorie III, die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend, alsmede van ten hoogste 1000 patronen voor die vuurwapens tezamen.
2. Van het verbod van artikel 22, eerste lid en artikel 26 eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan in het buitenland wonende sportschutters voor het vervoer en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie van categorie III.
3. De vrijstelling
ingevolge het eerste en tweede lid geldt slechts
a. voor sportschutters die blijkens een
schriftelijke uitnodiging of verklaring van een Nederlandse schietvereniging
gedurende een daarin vermeld tijdvak in Nederland de schietsport gaan beoefenen
of hebben beoefend en die in het land van herkomst bevoegd zijn de meegebrachte
vuurwapens of munitie voorhanden te hebben;
b. vanaf de tweede dag voor tot en met de tweede
dag na de in het tweede lid bedoelde uitnodiging of verklaring vermelde tijdvak.
4. Voor ingezetenen
van één van de bij de Europese Unie aangesloten lidstaten geldt de vrijstelling
ingevolge het eerste en tweede lid slechts indien zij beschikken over een door
de autoriteiten in die lidstaat afgegeven Europese vuurwapenpas waarop de wapens
zijn vermeld.
Artikel 42
1. Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend aan in Nederland wonende sportschutters voor het doen binnenkomen of uitgaan van vuurwapens van categorie III die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend, alsmede van ten hoogste 1000 patronen voor die vuurwapens tezamen.
2. De vrijstelling
ingevolge het eerste lid geldt slechts voor de sportschutters die:
a. blijkens een schriftelijke uitnodiging of
verklaring van een schietvereniging in het buitenland de schietsport gaan
beoefenen dan wel hebben beoefend, en
b. de meegevoerde vuurwapens en munitie in
Nederland krachtens een verlof voorhanden mogen hebben.
16. Maximum aantal wapens op verlof of jachtakte
Artikel 43
1. Houders van een verlof tot het voorhanden hebben, zoals bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet, mogen ten hoogste vijf wapens voorhanden hebben.
2. Houders van een jachtakte, mogen ten hoogste zes wapens voorhanden hebben.
3. Het eerste lid en
tweede lid is niet van toepassing op houders van een verlof tot het voorhanden
hebben onderscheidenlijk een jachtakte die aantonen dat zes, respectievelijk
zeven, of meer wapens voor hen onontbeerlijk zijn voor de beoefening van de
schietsport, onderscheidenlijk de jacht.
17. Vrijstellingen voor vervoer
Artikel 44
1. Van het verbod van artikel 22, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan sportschutters en jagers voor het vervoeren van wapens en munitie die zij gerechtigd zijn voorhanden te hebben.
2. De vrijstelling in
het eerste lid geldt uitsluitend:
a. voor het vervoeren tussen de woning en de
schietbaan, de erkende wapenhandelaar en, na daaraan voorafgaande toestemming
van de politie, het bureau van politie, alsmede, voorzover het jagers betreft,
het jachtveld; en
b. langs de weg en binnen het tijdsbestek welke
redelijkerwijs voor het vervoer geboden zijn.
Artikel 45
1. Van het verbod van artikel 22, eerste lid van de wet wordt voor het vervoeren van wapens en munitie vrijstelling verleend aan personen die in de uitoefening van een beroep of bedrijf zaken vervoeren.
2. De vrijstelling in
het eerste lid geldt slechts:
a. indien en voorzover het vervoer plaats vindt in
opdracht van degene die bevoegd is de wapens en de munitie voorhanden te hebben
en te vervoeren;
b. indien de ontvanger bevoegd is de wapens en de
munitie voorhanden te hebben; en
c. voorzover uit tijdens het vervoer aanwezige
documenten blijkt dat aan de in het eerste lid, alsmede aan de in dit lid onder
a en b genoemde voorwaarden is voldaan.
Artikel 46
1. Van het verbod van artikel 22, eerste lid van de wet wordt voor het vervoeren van wapens en munitie vrijstelling verleend aan personen in dienst van houders van een erkenning, zoals bedoeld in artikel 9 van de wet.
2. De vrijstelling in
het eerste lid geldt slechts indien:
a. het wapens of munitie betreft waarop de
erkenning betrekking heeft;
b. het vervoer plaatsvindt in opdracht van de
erkenninghouder, dan wel de beheerder in het bedrijf waaraan de erkenning is
verleend;
c. het vervoer noodzakelijk is voor de goede
uitvoering van de handelingen waarop de erkenning betrekking heeft;
d. de erkenninghouder, onderscheidenlijk de
beheerder bevoegd is de wapens en de munitie te vervoeren; en
e. uit tijdens het vervoer aanwezige documenten
blijkt dat aan de in het eerste lid, alsmede aan de in dit lid onder a tot en
met d genoemde voorwaarden is voldaan.
18. Administratie door de korpschef
Artikel 47
1. De korpschef
bewaart in afzonderlijke door hem te voeren administraties kopieën van:
a. de door hem uitgereikte verloven tot het
voorhanden hebben van wapens en munitie van categorie III, jachtakten, erkenning
en consenten; en
b. alle documenten betreffende de door andere
autoriteiten verleende bevoegdheid tot het voorhanden hebben van wapens of
munitie aan in zijn ambtsgebied wonende personen.
2. De korpschef registreert de naam, het adres en de woonplaats van de in zijn ambtsgebied wonende personen die bevoegd zijn een vuurwapen voorhanden te hebben in een bestand.
3. De korpschef zendt, in geval van verhuizing binnen Nederland van in zijn ambtsgebied wonende personen die bevoegd zijn wapens of munitie voorhanden te hebben, de op hen betrekking hebbende kopieën, bedoeld in het eerste lid, onverwijld aan de korpschef in de politieregio waarbinnen de nieuwe woonplaats is gelegen.
4. De korpschef zendt van iedere erkenning die hij verleent, verlengt, wijzigt of intrekt gelijktijdig een kopie naar de minister.
5. Van de wapens of de
munitie die overeenkomstig artikel 8 van de wet in bewaring worden gegeven houdt
de korpschef een register bij, waarin wordt vermeld:
a. de naam en het adres van degene die de
voorwerpen in bewaring geeft;
b. de datum van bewaargeving;
c. een omschrijving van de in bewaring gegeven
voorwerpen, waarbij zoveel mogelijk wordt aangegeven het aantal, de soort, het
merk, het type, het kaliber, het nummer, de toebehoren, alsmede andere
bijzonderheden, daaronder mede verstaan beschadigingen;
d. het nummer van het eventueel afgegeven document
waaruit blijkt dat de voorwerpen bevoegd voorhanden werden gehouden;
e. de plaats waar de voorwerpen worden opgeborgen;
f. de datum waarop de bewaring is geëindigd;
g. de naam en het adres van degene aan wie na
afloop van de bewaring de voorwerpen ter hand zijn gesteld.
6. De bewaargever is de korpschef bewaarloon verschuldigd van f 5,- per wapen per kalendermaand, daaronder begrepen een gedeelte van de kalendermaand, te rekenen vanaf de eerste dag van de derde kalendermaand nadat het wapen in bewaring is gegeven.
7. Aan de bewaargever
wordt door de korpschef een ontvangstbewijs verstrekt waarop de gegevens,
genoemd in het vijfde lid, onder a tot en met d, worden vermeld. Op het
ontvangstbewijs wordt tevens vermeld hetgeen in het zesde lid, alsmede hetgeen
in artikel 8, zesde en zevende lid, van de wet is bepaald.
19. Aanvraag- en bevoegdheidsdocumenten
Artikel 48
Voor het indienen van een verzoek om een erkenning,
een consent, een vergunning of een verlof wordt gebruik gemaakt van een
formulier overeenkomstig het daarvoor in bijlage III bij deze beschikking
vastgestelde model.
Artikel 49
1. Bij inwilliging van een verzoek om een erkenning, een consent, een vergunning, een Europese vuurwapenpas of een verlof wordt aan de verzoeker een document uitgereikt overeenkomstig het daarvoor in bijlage III bij deze regeling vastgestelde model.
2. Bij inwilliging van
een verzoek om verlenging van de geldigheidsduur van een erkenning wordt daarvan
aantekening gemaakt in het aan de verzoeker overeenkomstig het eerste lid
uitgereikte document of wordt hem tegen afgifte van het oude document een nieuw
document uitgereikt.
Artikel 50
1. De
onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 41 van de wet, bedraagt voor:
a. een ontheffing of de wijziging of verlenging
daarvan: f 100,-
b. een erkenning of verlenging daarvan:
1° indien het betreft erkenningen, bedoeld in
artikel 10 van deze regeling, dan wel erkenningen waarop artikel 52, eerste lid,
van deze regeling van toepassing is: f 100,- voor ieder jaar waarvoor de
erkenning geldt;
2° indien het overige erkenning betreft: f 1000,-
voor ieder jaar waarvoor de erkenning geldt;
c. een consent:
1° voor erkenninghouders f 50,-;
2° voor particulieren f 35,-;
d. een vergunning tot vervoer f 5,-;
e. een verlof tot vervoer f 2,50,-;
f. een verlof tot het voorhanden hebben of het
verlengen van de geldigheidsduur daarvan
1° van vuurwapens f 15,- vermeerderd met f 5,- per
vuurwapen waarvoor het verlof geldt, met een maximum van f 50,- totaal;
2° van overige wapens of van uitsluitend munitie f
15,-;
g. een verlof tot dragen f 20,-;
h. een verlof tot verkrijging f 5,-;
i. een Europese vuurwapenpas:
1° voor de afgifte daarvan, daarbij inbegrepen de
aantekening van ten hoogste drie vuurwapens, f 60,- vermeerderd met f 5,- per
volgend vuurwapen dat op de pas wordt aangetekend, met een maximum van f 95,-
totaal;
2° voor de verlenging van de geldigheidsduur
daarvan ongeacht het aantal daarop aangetekende vuurwapens f 10,-;
j. het afgeven van een nieuw document, met
uitzondering van een document, bedoeld in het eerste lid, onder a, uitsluitend
ten gevolge van een redactionele wijziging daarin: f 5,-.
2. Voorzover ter
uitvoering van artikel 40 van de wet regels zijn gegeven over combinatie van de
daarin genoemde bescheiden bedraagt de onkostenvergoeding voor een dergelijke
combinatie niet meer dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn voor dat deel van
de combinatie waarvoor de hoogste vergoeding geldt.
Artikel 51
Ingevolge artikel 45, eerste lid, onder 2°, van de
wet worden als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bij en
krachtens de wet bepaalde, aangewezen de ambtenaren van de
Rijksverkeersinspectie.
22. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 52
1. Artikel 9, eerste lid, van deze regeling is niet van toepassing indien het betreft erkenningen die betrekking hebben op lucht-, gas- of veerdrukwapens met een kinetische mondingsenergie van ten hoogste 7,5 joule en die zijn verleend vóór 26 september 1996.
2. Dit artikel vervalt
op 1 januari 2002.
Artikel 53
1. Artikel 11, vijfde lid, van deze regeling is niet van toepassing indien de erkenning voor wapens van categorie II vóór 1 januari 1994 is verleend.
2. Dit artikel vervalt
op 1 januari 2000.
Artikel 54
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 18, onder c, sub 1°, wordt in die bepaling in plaats van 'voor 1 januari 1870' gelezen: voor omstreeks 1888.
2. Dit artikel vervalt
op 1 januari 2000.
Artikel 55
Artikel 20, tweede lid, alsmede de aanduiding 1.
voor het eerste lid, vervalt op 1 januari 1998.
Artikel 56
1. Artikel 43, eerste lid, van deze regeling is niet van toepassing op personen die op 31 december 1996 in het bezit waren van een jachtakte waarop zeven of meer wapens waren vermeld.
2. Dit artikel vervalt
op 1 januari 2000.
Artikel 57
Artikel 47, vierde lid, van deze regeling vervalt op
1 januari 1999.
Artikel 58
De regeling van de Minister van Justitie van 27 juni
1989 nr. 1036/589 Directie Politie Stcrt. 1989, 128) wordt ingetrokken.
Artikel 59
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1997,
met uitzondering van artikel 13 dat in werking treedt op 1 juli 1997.
Artikel 60
Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling wapens en munitie. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de in bijlage 2 opgenomen tekeningen en van bijlage 3 die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100 te Den Haag.
De op de lijsten a en b vermelde wapens zijn
verboden in (een combinatie van) de voor wapens gebruikelijke kleuren en in (een
combinatie van) de voor de krijgsmacht gebruikelijke kleuren.
Indien op lijst a of b een andere dan de voor
wapens gebruikelijke of voor de krijgsmacht gebruikelijke kleur wordt vermeld,
is het desbetreffende voorwerp tevens in die kleur verboden.
Betekenis letters in laatste kolom:
g
= geweer
p
= pistool
r
= revolver
i... = imitatie...
a...
= aansteker...
al... = alarm
s...
= speelgoed...
m... = machine...
e...
= electro...
pw
= paintballwapen (lucht- of gasdruk)
is
= imitatie seinpistool
kb
= kruisboog
rg
= revolvergeweer
ep
= electropistool
hg
= handgranaat
mr
= minituurrevolver
Lijst A Nabootsingen van vuurwapens
2237
speelgoed-machinepistool smp
45 AUTOMATIC made in
China sp
456 (2
uitvoeringen)
speelgoed-machinepistool smp
647 .44
Magnum sr
913 NN sr
7888 8
schots sp
A
AA colt combat
commander mk-IV ap
ANSAN
METAL leopar sp
ARCO 45'er sp
ARCO m-24 (rambo no. 625) sp
ARCO p-38 (rambo no.
612) sp
ARCO
shotgun (rambo no. 615) sg
ARCO
uzi (rambo no. 630) smp
ARCO uzi/beretta smp
ARS made in
China smp
ASGK smith
& wesson sr
A.V.C.
NN sr
A.V.C.
no. 38 sp
A.V.C. colt
7.65 sp
Automatic speelgoed-waterpistool sp
B
BLEU BOX
colt M. 16AI sg
Britisch buldog
imitatie-revolver ir
Buldog
imitatie-revolver ir
C
THE CLOWN
electron Ignitioncolts ap
C.M.C. luger
P-08 ip
C.M.C.
beretta m-1934 ip
C.M.C. browning
380 ip
C.M.C. browning
hp ip
C.M.C. colt
army ir
C.M.C. colt cavalry ir
C.M.C. colt civilian ir
C.M.C. colt commander ip
C.M.C.
colt frontier ir
C.M.C. colt
government ip
C.M.C. colt
m.1911AI ip
C.M.C. colt
peacemaker ir
C.M.C. colt
pocket ip
C.M.C.
enfield ir
C.M.C. mauser
Hsc ip
C.M.C.
mauser military (C-96) ip
C.M.C. nambu
type 14 ip
C.M.C. smith &
wesson centennial ir
C.M.C. smith & wesson chief
special ir
C.M.C. smith
& wesson hand injector ir
C.M.C. tokarev ip
C.M.C. walther
P-38 ip
G.M.C. walther
PPK ip
Cap Pistol
pat.8012
speelgoed-revolver sr
CAPTAIN onbekend ap
CHAMPION
splinter.8 sr
COIBEL comando sr
COIBEL fn
hp sp
COIBEL magnum sp
COIBEL
agente-007 sr
COIBEL buitre sr
COIBEL Pantera
(open loop) ip
COIBEL
Tatuur sr
COIBEL Santana sr
Colt
imitatie-revolver ir
COLT AR-15 Grenade Launcher
ir
Colt 45 (BKA
98) ir
Colt 45 sp
Colt army
1873 ir
Colt cobra sr
Colt single action army ir
Colt M-1911AI
(chinees) sp
COMBAT .44 ap
Cover-Up
kruisboogpistool kbp
D
DAISY 04
ir
DENIX colt peacemaker ir
DENIX m-11 img
DENIX winchester
sur.23 ig
DONG
SAN walther ppk/s ip
DONG SAN
colt python 357 magnum ir
DSA 16382 (BKA 187) sr
DSM s & w .357
magnum ar
E
ECHO TOYS
commando smp
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00252-1 sp
EDISON
GIOCATTOLI eaglematic (P-38) (mat.
00218-1)sp
EDISON
GIOCATTOLI jaguarmatic (mat. 1909) sp
EDISON
GIOCATTOLI leopard (mat. 00219-1) sp
EDISON
GIOCATTOLI lynx matic (mat. 80182) sp
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00165-1 sr
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00132-1 sr
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00181-1 sr
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00185-2 sr
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00192-1 sr
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00218-1 (eaglematic)(P-38)
sp
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00219-1 (leopard) sp
EDISON
GIOCATTOLI mat.
0022-1 sp
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00235-1 sp
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00250-1 sp
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00266-1
smp
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00270-1 sp
EDISON
GIOCATTOLI mat.
272 sp
EDISON GIOCATTOLI mat.
460 sr
EDISON GIOCATTOLI mat.
462 sr
EDISON GIOCATTOLI mat SB
10079 ir
EDISON
GIOCATTOLI oregon sr
EDISON
GIOCATTOLI phantom sp
EDISON
GIOCATTOLI 1883
west sr
EDISON
GIOCATTOLI
champion sr
EDISON
GIOCATTOLI mat. 00237-1 sp
EDISON
GIOCATTOLI mat.
0263 sp
EM-SA smith & wesson mod. 59 sp
EM-SA smith & wesson
59 sp
EM-SA fn met verlengde loop sp
EM-SA colt
7.65 sp
ENTERTECH beretta
(water-machinepistool) smp
F
FAJ knalkurkpistool sp
FALCON smith & wesson
44 ir
FVM Panther ip
F.N.
imitatie-pistool ip
F.N. Browning
imitatie-pistool ip
F.N. h.p. 1974
imitatie-pistool ip
FS s & w m-66 (fs
9021) sr
G
GERMAN POLIZEI ppk ip
GIANT python 357 gt sr
GONHER gs-8 sr
GONHER colt
7.65 sp
GONHER uzi smp
GONHER 125 sp
GONHER no. 125 sp
GONHER Python
123 sr
GONHER
Smith-126 sr
GIBIE kansas sr
GIBIE
Garret sr
GIBIE
Jeff sr
GONHER
astra sp
GONHER luger (no. 124)
sp
GONHER magnum (no.
127) sr
GONHER 74 sr
GONHER Magnum sp
GONHER made in
spain sp
GONZALEZ Gonker
74 sr
GONZALEZ made in spain sp
GOVERNMENT automatic
pistol sp
Grazy gun
speelgoed-machinepistool smp
GUN TOY (GT)
speelgoed-revolver sr
Gun Toy made in Italy sr
H
HONKONG TOY CENTRE
mauser 7.63mm sound pistol sp
HONKONG TOY CENTRE
beretta m-92-f sp
HONKONG TOY
CENTRE mini-uzi (waterpistool) smp
HONKONG TOYS .44
magnum sp
HY onbekend (opschrift 'patent') sr
I
IDEAL 08/50 sp
IDEAL B 38 ir
IDEAL Europol ip
IDEAL ruby sr
IDEAL
commander sp
IDEAL G-man sp
IDEAL government sp
IDEAL jackson (P-38) sp
IDEAL magnum sr
IDEAL mustang sr
IDEAL pk/90 sp
IDEAL samuel
colt sr
IDEAL
sheriff sr
IDEAL ruby
sr
IDEAL fbi
chief sr
IDEAL interpol special sr
IDEAL
peacemaker sr
IDEAL super 88 sr
IDEAL Super 8 sr
IDEAL Officer
8 sp
IDEAL Python-matic sr
IDEAL p-08/90 luger sp
IDEAL black panther sg
IMPERIAL beretta mod. 92 sp
ITEM Nr. 9953 Made in china
sp
J
JINGUNG colt mk-IV serie 90
ap
JOAL alex sg
JOAL made in spain ip
JOAL A-11 made in
spain sp
J.S. combat commander mk-IV ap
J.S. MK.2 ahg
JS colt mk
IV ap
JS colt's mk IV/series 90 ap
K
KINGSWAY
aanstekerpistool Semi
Automatic M459 ap
KK detective
special sr
KK nn sr
KK
8648 smp
KOKUSAI smith &
wesson 44 (smg 9.78) ir
KOKUSAI
python 357 ir
L
L.S. .44 auto
mag sp
L.S. 357
python sr
L.S. buntline
special sr
L.S. cavalry sr
L.S. colt 25 pocket
model sp
L.S.
colt 45, m-191A1 sp
L.S. colt 357 python sr
L.S. colt
cobra sr
L.S. colt detective special sr
L.S. colt m-16
(ar-15) sg
L.S. colt m.16A1 sg
L.S. colt m.177
command sg
L.S. colt peacemaker
frontier sr
L.S. double
derringer sp
L.S. mauser military
C-96 sp
L.S.
nambu type 14 sp
L.S.
remington new army sr
L.S. remington new navy sr
L.S. ruger super
blackhawk sr
L.S.
single action army sr
L.S. smith & wesson mod. 29 sr
L.S. smith & wesson mod.
36 sr
L.S. walter P-38,
kurz sp
LA
PRECISA speelgoed-revolver
(groot) sr
LA
PRECISA speelgoed-revolver
(klein) sr
LARAMI mini-uzi smp
LARAMI uzi smp
LJN-TOYS
Entertech mod. beretta smp
LONE
STAR smith & wesson
45 sr
LONE
STAR texas
32 sr
Luger P-08. aansteker in
pistoolvorm ap
Luger P-08.
parabellum sp
LUGER made in england sp
M
M.A.M. volcanic 22 sr
MATCH WINNER
Padimaster ap
Merkloos replia Colt
1853 ir
M.F.G. colt match target ip
M.F.G. Marushin
browning ip
M.G.C. nn ir
M.G.C. beretta m-1934 ip
M.G.C. browning 1910
auto ip
M.G.C.
browning hp ip
M.G.C.
colt.44 ir
M.G.C. colt combat
commander ip
M.G.C. colt
detective ir
M.G.C. colt government ip
M.G.C. colt
m-16 ig
M.G.C colt official police ir
M.G.C. colt peacemaker ir
M.G.C. luger
P-08 ip
M.G.C.
luger P-08 artillery ip
M.G.C. Manufactory ir
M.G.C. mauser Hsc ip
M.G.C. mauser military c-96
ip
M.G.C. navy colt 1851 ir
M.G.C. remington 1851 mod.
navy ir
M.G.C. remington 1860 army ir
M.G.C. remington new
army ir
M.G.C.
remington new navy ir
M.G.C. schmeisser mp-40 imp
M.G.C. smith & wesson chief
special ir
M.G.C. smith
& wesson combat ir
M.G.C.
smith & wesson combat magnum ir
M.G.C. smith & wesson mod. 44 ip
M.G.C. smith & wesson
snub ir
M.G.C.
thompson machine gun imp
M.G.C. tokarev ip
M.G.C.
uzi imp
M.G.C.
walther P-38 ip
M.G.C.
walther PPK ip
M.G.C.
winchester carbine ig
M.G.C. yellow boy carbine ig
M-459 semi-automatic (chroom) ap
M-459 semi-automatic (brons) ap
M-655 (T-856 china)
speelgoed-machinepistool smp
44 MAGNUM
HI.911213 ar
MARUSHIN beretta 9mm
kort ip
MARUSHIN smith & wesson
.357 ir
MARUSHIN uzi
imp
MARUSHIN walther ppk/s ip
MARUZEN Colt government sp
MARUZEN
mini-uzi smp
MARUZEN P.08 sp
MARUZEN smith & wesson, mod. 59 sp
MARUZEN M92 SB
(aansteker) ap
MARUI Smith & Wesson ir
MARX nn sr
Mauser C-96
speelgoed-pistool sp
Mauser military C-96
onbekend ip
MONDIAL
commander sp
MONDIAL giubbe rosse 1961 sr
MONDIAL Baby sp
MUPI automatic matr.
12345 sp
MARUI colt combat
commander sp
MARUZEM m-92-sp
(aansteker) ap
MS made in china sp
MS
onbekend sp
N
NINTENDO
televisie-lichtrevolver sr
NISIN SANGYO
CO. colt, woodsman match
target ip
NISIN SANGYO
CO. heckler und koch mp-5
imp
NISIN SANGYO
CO. highway patrolman mod. 29
S&W r
NISIN SANGYO
CO. smith & wesson 44 mod.
29 ir
NN handgranaat merkloos,
metaalkleurig hg
NN Super magnum
(aansteker) ar
NN no. 12808 T.S.
Co sr
NN no.
8003 sr
No. 913 NN sr
O
Original smithe gun imitatie
revolver ir
(Onbekend) BKA 98 ir
(Onbekend) Detective
Special ir
(Onbekend) M-16 Grenade Launcher g
(Onbekend)
92-F ip
(Onbekend) made in China sp
P
PHASER FORCE Buddy smp
PYRO fn 1910 ip
PIETRO BERETTA the Kinp Gun
sp
PIEZO
(aansteker) colt 45
(Tiger-I) ap
PIEZO (aansteker) colt
mk-IV ap
PIEZO
(aansteker) colt python 357
(Tiger-II) ar
PIEZO
(aansteker) js-38 ar
PIEZO aanstekerpistool type Blow
Back automatic 25 ap
P38 onbekend Zwart/bordeaux
ir
PULSAR pursuit sg
R
RANGER no.
6067 sr
R.M.I. baby beretta ip
R.M.I. beretta m-1934-67 ip
R.M.I. browning hp ip
R.M.I. colt ir
R.M.I. colt 44 long
blank ir
R.M.I.
colt cobra ir
R.M.I. colt detective ir
R.M.I.
colt detective snub ir
R.M.I. colt m-16 ig
R.M.I. colt m-191a1-67 ip
R.M.I. colt new chief ir
R.M.I. colt new police ir
R.M.I. colt official police
ir
R.M.I. enfield nr. 2
mk-I ir
R.M.I.
fn mod. M-1910-63 ip
R.M.I.
frontier ip
R.M.I. frontier,
derringer ip
R.M.I.
luger P-08 ip
R.M.I. m-I ig
R.M.I. mas mod. 1935-A ip
R.M.I.
military c-96 ip
R.M.I. police
12 ir
R.M.I. schmeisser mp-40 imp
R.M.I. smith & wesson .357
python ir
R.M.I. smith & wesson combat ir
R.M.I. smith & wesson
snub ir
R.M.I.
thompson machine gun imp
R.M.I. tokarev ip
R.M.I. Walther
ppk ip
R.T.S.
speelgoed-revolver sr
R.T.S. vanguard alr
REMCO uzi smp
RECK PK 6000 alp
ROHM RG-300 alp
ROBERT ADAMS made in germany sr
Ruger 22
speelgoed pistool sp
S
S.AGENT no. 978114 sr
SJ colts commander
model ap
SM 1976 Colt
Single ir
Action Army
S.M.G. colt single
action sr
S.M.G. Uzi smp
SANSEI f.n. browning, canadian no.3 ip
SKORPIO
speelgoed-pistool sp
SPARKLING
uzi smp
STAR 10 ap
Stun pistol
NN ep
Super pistol
672
new
shap
speelgoed-pistool sp
SANEI beretta mod.
92-F sp
Smith
& Wesson type beretta 92 sp
Smith &
Wesson .44 NN sr
Smith & Wesson
(american)
onbekend r
SWORDFISH made
in S.L.F. ar
SWORDFISH Beretta M 84 ap
T
T-856 china
M-655 smp
Terminator NN hg
TIGER T.M.G. 500-S sp
TOMY colt 45 tiger-1 combat
ap
TOY ARMORY sb
10079 sr
TSUKUDA uzi smp
THUNDERBOY M-35 SP sp
U
UMAREX ESG-30 ip
UNITED Lawman (revolvermes)
rm
UNIX kg-9
smp
Uzi
imitatie-machinepistool imp
W
W.F. Ingram
M-10 smp
W.F. colt M-16 sg
Walter P.38
imitatie-pistool ip
WESTERN p-38 ap
WESTERN ARMS National Match
series 70
(aansteker) ap
WESTERN
ARMS National Match no. 1992 ap
WESTERN COMPACT LINE r-8 sr
WESTERN COMPACT LINE
r-88 sr
WESTERN COMPACT
LINE super 8 sr
WESTERN COMPACT
LINE super 88 sr
WICKE billy sr
&nbs